Een belangrijke pijler van onze school is de zorg die wij hebben voor de ontwikkeling van de kinderen.  We streven ernaar, om binnen ons vermogen, onderwijs passend te maken voor ieder kind op onze school.

 

Binnen onze interne leerlingbegeleiding, die bestaat uit een intern begeleider voor de groepen 1 t/m 8, kennen we een aantal mogelijkheden van extra hulp. Bij een beperkte problematiek zal de groepsleerkracht kunnen volstaan met het aanbieden van extra oefenstof of verrijkingsmateriaal. Wanneer dit niet voldoende is, kan een leerkracht de hulp inroepen van onze intern begeleider. Dit is een speciaal opgeleide leerkracht, met kennis over leer- en gedragsproblematieken. Zij kan de groepsleerkracht adviezen geven of een nader onderzoek uitvoeren. Vaak resulteert dit in het opstellen van een plan van aanpak, of het aanpassen van het groepsplan. Hierin staat heel nauwkeurig beschreven hoe de groepsleerkracht de ondersteuning binnen de eigen groep adequaat kan aanpakken. De uitvoering van deze plannen vindt individueel of in een klein groepje binnen de groep plaats. Wanneer de problemen wat complexer zijn, wordt een leerling besproken tijdens de consultatiegesprekken met een orthopedagoog van ons samenwerkingsverband of met een externe onderwijsadviseur /orthopedagoog. Uit dit overleg kan het advies komen om een observatie van de leerling, of gesprek met leerkrachten en/of ouders te houden. Hiervoor wordt altijd toestemming van de ouders gevraagd. Wellicht kunt u thuis ook meehelpen. Het plan van aanpak wordt na verloop van tijd geëvalueerd. Dan wordt besloten of het voortgezet, aangepast dan wel afgerond moet worden.
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra inzet toch onvoldoende effect heeft. Soms nemen we dan in overleg met de ouders de beslissing om het kind een groep over te laten doen of wordt in overleg met de ouders advies gevraagd aan externe deskundigen met mogelijk daaraan gekoppeld een extern onderzoek. Veel vaker komt het voor dat we een afspraak maken dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. Het kind heeft dan een eigen leerlijn voor dat vak. Het aangepaste programma wordt zo opgesteld, dat de aansluiting is met het voortgezet onderwijs zo goed mogelijk verloopt. Deze eigen leerlijn wordt altijd vastgelegd in een zogenoemd ‘ontwikkelings-perspectief‘. Ook leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, krijgen aandacht op onze school. Binnen onze moderne methodes is extra oefenstof aangegeven, die deze leerlingen kunnen maken. Bovendien gebruiken we voor deze meerbegaafde leerlingen speciale leerstof, waaraan ze zelfstandig mogen werken. In uitzonderlijke gevallen stromen deze leerlingen versneld door. Het Digitale Handelings-protocol ondersteunt ons in het formuleren van (leer-)doelen voor deze leerlingen.

Motorische Remedial Teaching (MRT)

MRT staat voor Motorische Remedial Teaching en houdt in dat er voor kinderen, die dat nodig hebben, een mogelijkheid is om meer specifieke begeleiding te krijgen bij hun motorische ontwikkeling. Er zijn weinig basisscholen die deze mogelijkheid bieden en we zijn dan ook blij dit op de Vorsenpoel te kunnen bieden. Zeker omdat motoriek de basis is voor veel praktische vaardigheden in het latere leven, zoals bijvoorbeeld spelen, zwemmen, sporten en schrijven.  Een goede motoriek  helpt je ook bij het krijgen van meer zelfvertrouwen, laat je steviger in je schoenen staan en kan angsten helpen overwinnen. Het is dan ook van groot belang om eventuele tekorten tijdig te signaleren, zodat het kind begeleid kan worden. MRT wordt alleen aan individuele leerlingen of een klein groepje leerlingen gegeven in de groepen 1 t/m 4.

Ondersteuningsarrangementen

Vanaf 1 augustus 2014 bestaat de mogelijkheid niet meer om een ‘rugzakje’ aan te vragen voor leerlingen, die meer dan gewone ondersteuning nodig hebben op school.  Iedere school moet dan in het eigen ondersteuningsprofiel hebben beschreven wat het basisprofiel is van de school. Hiermee wordt beschreven wat de school in ieder geval kan als het gaat om kinderen die extra aandacht nodig hebben.  Door de inspectie zijn deze minimum eisen ook beschreven. Daarnaast beschrijft de school in het ondersteuningsprofiel wat er nog meer mogelijk is om kinderen met een cognitief-, motorisch of gedragsprobleem op school te houden. Dit wordt beschreven in het plusprofiel.
Wanneer er meer zorg nodig is, die wij als school niet kunnen bieden, wordt er een ondersteunings-vraag gesteld aan de ondersteuningseenheid in Boxtel. Deze ondersteuningseenheid, waarin een manager, orthopedagoge en andere experts zitting hebben, gaat samen met de ouders en school kijken wat er nodig is aan ondersteuning om het kind toch onderwijs te kunnen laten volgen bij ons op school. Als dit duidelijk is, wordt er een arrangement geformuleerd en kunnen er gelden beschikbaar komen die de extra ondersteuning kunnen financieren. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor een kind met een fysieke beperking, taalstoornis of een vorm van autisme. Uiteraard informeren wij u persoonlijk als het de aanvraag van extra ondersteuning voor uw eigen kind betreft.

Leerlingvolgsysteem

De vorderingen en prestaties van de leerlingen worden natuurlijk op de voet gevolgd door de leerkracht, door middel van observaties, gesprekken en het afnemen van methode gebonden toetsen. Twee keer per jaar worden ook Cito-toetsen afgenomen (jan/febr en mei/jun). Met de resultaten van deze toetsen krijgen we inzicht in de prestaties van de leerlingen over een langere periode. De resultaten worden afgemeten aan de landelijk vastgestelde normering. Wij analyseren zowel de methode gebonden toetsen als de Cito-toetsen om zo nodig extra ondersteuning te bieden. Jaarlijks maakt de intern begeleider een toetskalender waarop de af te nemen toetsen staan.

Naar het Voortgezet Onderwijs (VO)

De kinderen en hun ouders moeten in het laatste jaar van de basisschool kiezen voor een school voor voortgezet onderwijs. Onze school wil de ouders daarbij zoveel mogelijk ondersteuning geven, want het is een belangrijke stap die de kinderen maken. Wij organiseren hiervoor een aantal informatieavonden: één over de toelatingsprocedure en over de Eindtoets groep 8 en één waarin de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs in Boxtel en omgeving informatie geven. Daarnaast delen we informatiebrochures met  betrekking tot het VO uit en bezoeken we met de leerlingen van groep 8 het Baanderherencollege in Boxtel. Met de leerlingen van groep 8 voert de leerkracht ook gesprekken omtrent de wensen en mogelijkheden van de leerling ten aanzien van het voortgezet onderwijs.
Voorafgaand aan de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs, geeft de school een advies VO. Dit advies wordt gebaseerd op de observaties van de leerkracht, de werkhouding/concentratie/ motivatie van de leerling en de resultaten van de leerling bij alle leervakken. Hiervoor worden de resultaten van de methodegebonden toetsen en de Cito-toetsen van de laatste leerjaren bekeken (groep 6, 7 en 8). En natuurlijk speelt de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerling een rol bij het advies voor het voortgezet onderwijs.
Eind groep 7 krijgt uw kind een voorlopig advies VO. Halverwege groep 8 (februari) krijgt uw kind het definitieve advies VO. Het advies wordt beide keren opgesteld door zowel de leerkrachten van groep 7 en 8, de intern begeleider en de directeur.

Schoolcontactpersonen machtsmisbruik

Er kunnen situaties op school en thuis voorkomen, waarbij de kinderen niet hun verhaal kwijt kunnen. In dergelijke situaties kunnen kinderen een van onze schoolcontactpersonen benaderen. Zij zijn aangesteld als preventie medewerker machtsmisbruik (PMM-er) en zullen met kinderen proberen te werken aan een oplossing voor hun probleem. Aan het begin van elk schooljaar wordt in alle groepen aandacht besteed aan dit onderwerp. U als ouder kunt ook uw verhaal kwijt aan de PMM-er als u zich zorgen maakt om een bepaalde situatie en u met dit verhaal niet terecht kunt of durft bij de eigen leerkracht. De namen van schoolcontactpersonen kunt u vinden in de bijlagen hoofdstuk 11 van deze schoolgids.

School en scheiding

De school vraagt aan gescheiden ouders om de vragenlijst voor niet-samenwonende ouders in te vullen. Wanneer er wijzigingen optreden in de situatie wordt aan de ouders opnieuw verzocht deze vragenlijst in te vullen. Het doel van de vragenlijst is praktische informatie verkrijgen over het woonadres van de ouders en over de wijze waarop ouders hun ouderschap (na de scheiding) hebben geregeld, om misverstanden te voorkomen en zicht te krijgen op de mogelijke gronden om één van de ouders geen informatie te verstrekken over het kind (binnen het kader van art. 1:377 c van het Burgerlijk Wetboek) of om ernstige complicaties (zoals bijvoorbeeld het meenemen vanuit school van het kind, tegen de gemaakte afspraken of rechterlijke uitspraken in) te voorkomen. Het protocol staat vermeld op de website en is ter inzage bij de directie.

Vierde kwartaalskinderen

Het is de visie van de Vorsenpoel dat jonge kinderen voldoende leertijd en ontwikkeltijd moeten krijgen om een stevige basis te verkrijgen voor de rest van hun basisschooltijd. Volgens de wet/inspectie moet een kind in principe binnen een tijdvak van acht aaneensluitende jaren het basisonderwijs doorlopen. Bij de contacten met scholen hanteert de inspectie de volgende vuistregel: Kinderen die vóór 1 januari gestart zijn op de basisschool, zouden in beginsel aan het einde van het schooljaar door moeten stromen naar groep 2 en een jaar later naar groep 3. Die kinderen hebben volgens de inspectie voldoende aan de 1½ jaar in groep 1-2. Echter de school is wettelijk verantwoordelijk voor de inrichting van het onderwijs. Wij bepalen als school de loopbaan van de kinderen. Beslissingen m.b.t. vervroegde doorstroom of verlengde leertijd worden duidelijk onderbouwd. Het schooladvies wordt, door de leerkracht en intern begeleider, tijdig met de ouders doorgesproken. Dit advies is, in het belang van het kind, bindend.
De kinderen die tussen 1 oktober en 31 december geboren zijn, worden volgens een vastgestelde procedure extra gevolgd. Dit gebeurt om tot een verantwoorde beslissing voor eventuele, vervroegde, doorstroming te komen. Als er te snel besloten wordt een kind door te laten gaan, kan dit ernstige gevolgen hebben voor de schoolloopbaan van het kind en het onderwijs aan de hele groep. Om te komen tot juiste beslissingen maken wij gebruik van het Pravoo leerlingvolg- en hulpsysteem. In dit systeem wordt concreet aangegeven wat een leerkracht mag verwachten van kinderen op een bepaald onderwijsmoment. Het systeem volgt de ontwikkeling op het gebied van kringgedrag, spelen, werken, omgaan met anderen, taalontwikkeling, motoriek, auditieve- en visuele waarneming, omgaan met hoeveelheden, afscheid nemen en zelfredzaamheid.
De procedure voor kinderen geboren tussen 1 oktober en 31 december ziet er als volgt uit:
In het eerste schooljaar:
  • Eind mei wordt voor deze kinderen de proefscore voor eind groep 1 gedaan.
  • Bij een score van 80% of hoger gaat een leerling door naar groep 2.
  • Bij een lagere score blijft het kind in groep 1. Het is echter wel belangrijk om te kijken of er sprake is van ontwikkeling.
In het tweede schooljaar:
  • Doet het kind in groep 2 in januari mee met de Cito-toetsen ‘medio 2’ Taal voor Kleuters, Ordenen en Ruimte & Tijd.
  • Eind mei wordt van het Pravoo leerlingvolgsysteem peilpunt eind groep 2 ingevuld en het Pravoo groep 3 rijpheidprotocol.
  • Aan de hand van de scores hierop en aanvullende informatie over ontwikkelbaarheid en de Cito-scores wordt de beslissing genomen om wel of niet door te gaan naar groep 3.
Een leerling krijgt een verlenging van het aanbod groep 2, als het bij beide onderdelen van de basisgegevens –‘niet gaan’- scoort. Wanneer gekozen wordt voor een verlengde onderbouwperiode, dan betekent dit dat er doelen vastgesteld worden voor het komende schooljaar. De leerkracht stelt hiervoor een begeleidingsplan op. Het begeleidingsplan wordt regelmatig geëvalueerd door de leerkracht, intern begeleider en ouders.