De vierjarigen kinderen starten op educatief centrum de Vorsenpoel de dag nadat ze vier zijn geworden. Onze groepsleerkrachten vinden het van het grootste belang dat onze kinderen het prettig vinden om op onze school te spelen en te leren. Dat kan alleen als iedereen op een goede manier omgaat met elkaar en zich houdt aan de regels en afspraken die de leerkrachten samen met de kinderen opstellen. De zelfredzaamheid van onze kinderen bevorderen wij door hen zekerheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid te bieden.

Dagritme/structuur

Iedere schooldag bestaat uit een aantal vaste activiteiten waardoor er voor de kinderen een duidelijk dagritme/structuur ontstaat. Deze activiteiten en de dagelijks geplande volgorde zijn die in de lokalen zichtbaar gemaakt door het ophangen van wandplaten.

Dagopening in de kring

Iedere dag starten de kinderen samen met de leerkracht in de kring. Ze zingen gezamenlijk een liedje, zeggen goede morgen en klappen het dagritme van de activiteiten die op deze dag gepland staan. In de kring is er veel aandacht voor taal. De kinderen vertellen wat hen bezig houdt en wat zij meegemaakt hebben, terwijl de overige kinderen luisteren en daarna vragen mogen stellen of zelf hun verhaal mogen vertellen.

Vooruitkijken en werken met het planbord

Vanaf de eerste dag werken alle kinderen met een planbord. De leerkracht legt in de kring uit welke activiteiten er voor deze dag op de planning staan. De kinderen kunnen dan alvast bedenken wat voor hen een leuke en uitdagende activiteit is (vooruitkijken). Daarna mogen de kinderen een keuze maken en op het planbord hun naamkaartje ophangen bij de gekozen activiteit.

Werken in hoeken  

De kinderen werken verspreid over het lokaal in hoeken en aan de tafels aan de gekozen activiteit. De leerkracht observeert het werken en complimenteert, stimuleert en corrigeert waar mogelijk de kinderen tijdens en na het werken.

Opruimen 

Nadat de geplande werktijd verstreken is ruimen alle kinderen alle gebruikte leermaterialen op. De oudste kinderen geven op het planbord met een lachend of verdrietig gezichtje aan in welke mate zij tevreden waren over de uitvoering van de gekozen activiteit. Na deze zelfevaluatie en het opruimen nemen alle kinderen weer plaats in de kring.

Terugkijken/reflecteren

Onder leiding van de leerkracht bespreken de kinderen in de kring welke activiteit ze gedaan hebben en in welke mate zij de activiteit moeilijk, leuk of gemakkelijk ervaren hebben.

Fruiteten en (buiten)spelen

De kinderen eten gezamenlijk in de kring hun fruit op en gaan daarna buiten of in de gymzaal spelen en/of gymmen.

Methode ‘Kleuterplein’

De leerkrachten van de groepen 1-2 werken vaak met thema’s uit de methode ‘Kleuterplein’. In deze methode worden de thema’s gecombineerd met taal-lezen, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling, wereldoriëntatie, bewegingsonderwijs, drama, muziek, beeldende vorming en voorbereidend schrijven. De leerkracht stimuleert op speelse wijze de (cognitieve) ontwikkeling van de kinderen.  

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Naast de cognitieve ontwikkeling is het voor de kinderen ook van groot belang dat ze leren om te gaan met andere kinderen. Dat leren ze door samen te spelen en te werken met andere kinderen in klein en groter verband.  

Expressie

Ook aan de creatieve kant van de kinderen besteden wij aandacht op educatief centrum de Vorsenpoel.  Tijdens de handvaardigheid en tekenlessen worden de kinderen uitgedaagd om zich op kunstzinnige wijze te uiten. Dat doen de kinderen door het maken van tekeningen, schilderijen en andere creatieve opdrachten. Tijdens deze expressieve lessen werken de kinderen tegelijkertijd ook de ontwikkeling van hun motoriek. Naast het maken van kunstwerken mogen de kinderen zich ook expressief uiten in (toneel) spel en door het maken van muziek en/of het bewegen op muziek.

Spel en lichamelijke ontwikkeling

Naast het spelen in het groepslokaal is het ook van belang dat de kinderen hun fijne en grove motoriek ontwikkelen door te klimmen, te huppelen, springen en te rennen. Het op deze wijze bewegen wordt gestimuleerd tijdens het buitenspelen en in de gymlessen. Spelenderwijs leren de kinderen zich ook te oriënteren in een (grote) ruimte van de speelzaal.

Het is gewenst om de kinderen gymschoenen (liefst met klittenband en witte zolen, geen zwarte !!), een T-shirt en een sportbroekje of gympakje mee naar school te geven. Aan de kapstok hangt voor elk kind een eigen tas met haar of zijn naam erop. Elke kleutergroep heeft per week minstens één geleide speelles in de speelzaal van de school. Het grootste deel van de speeltijden spelen de kinderen (geleid) buiten.
 

Activiteiten en excursies

Om onze lessen te ondersteunen gaan alle groepen elk schooljaar op excursie. Deze excursies ondersteunen of verduidelijken een lesonderwerp. Vaak houden kinderen hieraan levenslang leuke herinneringen over. Als kinderen met de fiets (of auto) gaan, wordt altijd een aantal ouders ter begeleiding gevraagd. Voorbeelden van mogelijke excursies: wandelingen in het bos, de Ontdekhoek, natuurproject ‘Het Bewaarde Land’, de verzorging van twee geadopteerde poelen langs de Dommel, de openbare bibliotheek, museum ‘Bevrijdende Vleugels’, een bezoek aan enkele bedrijven in het kader van ‘Kies Techniek’ en de kinderboerderij. U ontvangt nadere informatie over plaats en tijd via het ouderportaal.  Naast de excursies hebben we ook nog activiteiten die jaarlijks terug komen. U moet hierbij denken aan: kinderboekenweek, Sinterklaas, Kerstmis, de talentenshow ‘Vorsenpoel got talent’, schoolreisje voor de groepen 1 t/m 7, schoolkamp en de afscheidsdisco voor groep 8.

 

Actief burgerschap

De dynamiek in de samenleving vraagt een voortdurende aanpassing van de school aan de veranderingen in de maatschappij. Dit wil niet zeggen, dat de school de eisen van de maatschappij maar zonder meer hoeft te volgen. Het onderwijs zal duidelijk  consequenties moeten trekken uit de veranderingen in de maatschappij, zodat de taak van de school niet los gezien kan worden van de verwachtingen, die de maatschappij ten aanzien van de school heeft, maar anderzijds onderwijs en opvoeding juist de taak hebben de jonge mens weerbaar te maken ten opzichte van die maatschappij. In korte bewoordingen uitgedrukt geven we in 10 statements aan wat onder actief burgerschap verstaan kan worden:
  1. Actieve betrokkenheid, mee willen doen, er bij willen horen;
  2. Bewust zijn van je gedrag en daar de verantwoordelijkheid voor willen nemen;
  3. Denken in overeenkomsten en niet in verschillen;
  4. Initiatieven nemen in het leveren van een bijdrage aan het welzijn van anderen;
  5. Vertrouwen hebben in jezelf en de ander;
  6. Weten dat je voor de ander iets kunt betekenen en er plezier aan beleeft dat te doen;
  7. Erkennen dat iedereen er toe doet; niemand buiten sluiten;
  8. Nieuwsgierig zijn naar wat de ander beweegt door de dialoog aan te gaan;
  9. Willen, kunnen en durven luisteren;
  10. Aangeven van je eigen grenzen zonder over die van de ander heen te gaan.

We geven inhoud aan deze doelen in onze lessen uit de methode ’Kinderen en hun Sociale Talenten’.