Het pedagogische klimaat

Op onze school heerst een prettige, rustige werksfeer, waarin kinderen, ouders en leerkrachten zich thuis voelen en samen leren. Leerkrachten gaan met respect en waardering om met de kinderen en hun ouders en vragen dit ook van de kinderen en ouders in de omgang met elkaar. We hebben veel aandacht voor het wel en wee van elkaar en leven echt mee met zowel de fijne als de verdrietige zaken die kinderen kunnen meemaken. We hechten belang aan orde en regelmaat, want dat schept veiligheid voor de kinderen.
Die goede sfeer, die prettige omgang met elkaar ontstaat uiteraard niet vanzelf. Daar moet elke dag aan gewerkt worden. Zoals alles in het leven geleerd moet worden, moet goed met elkaar omgaan ook geleerd worden. Ouders en leerkrachten zullen de kinderen daarin begeleiden. Kinderen moeten zich veilig voelen op school en moeten weten dat ze fouten mogen maken. Zij moeten echter ook leren dat zij zich binnen onze maatschappij volgens bepaalde normen moeten gedragen.

Hoe doen we dit?

Door kinderen een spiegel voor te houden, hen op hun verantwoordelijkheid te wijzen en hun gedrag bespreekbaar te maken, leren we kinderen hun plaats te vinden in de groep en in de school. We zijn van mening dat de beste sfeer op school wordt gecreŽerd door kinderen te accepteren zoals ze zijn, te zorgen dat iedereen er bij hoort en dat iedereen er mag zijn. In persoonlijke gesprekken met kinderen of groepjes kinderen, proberen we steeds te zoeken naar oplossingen waar we allemaal achter kunnen staan en die worden gedragen door de kinderen. Het is belangrijk dat kinderen leren om problemen, ruzies of irritaties met elkaar uit te praten. Daar hebben ze hun hele leven profijt van. Als we merken dat er problemen zijn tussen de kinderen onderling, gaan we hierover met ze in gesprek. We helpen de kinderen naar elkaar toe te verwoorden, waarom ze zo boos of verdrietig waren. We proberen samen duidelijk te krijgen, waardoor het conflict ontstaan is en helpen hen begrip op te brengen voor elkaars mening. We maken hen duidelijk wat wel en wat niet kan en tenslotte geven we hen tips en laten hen zelf zoeken naar mogelijkheden om in het vervolg beter met een dergelijke situatie om te gaan.
Om bovenstaande inhoud te geven in het lesprogramma, maakt onze school gebruik van de methode ĎKinderen en hun sociale talentení. Kinderen leren beter om te gaan met zichzelf en met de ander. In deze lessen komt bv. aan bod: zelfrespect opbouwen, leren je gedachten en gevoelens onder woorden brengen, leren omgaan met conflictsituaties.

 

Basisvoorwaarden voor adaptief onderwijs

Om ervoor te zorgen dat ons onderwijs afstemt op de kinderen, gaan we uit van drie basisvoorwaarden van adaptief onderwijs; relatie, competentie en autonomie. Door het toepassen van deze basisvoorwaarden komen onze leerlingen tot leren.

Relatie

Figuur 3 cirkel van adaptief onderwijs Luc Stevens
Een kind presteert het beste wanneer het zich goed en veilig voelt in de klas en op school. Een goede relatie tussen leerkracht en leerlingen en leerlingen onderling, is dan ook heel belangrijk. Door met kinderen in gesprek te gaan over hun werk en over algemene dingen, door kinderen te accepteren zoals ze zijn, met kinderen te spreken over gedrag en samen oplossingen te zoeken voor de toekomst bouwen we een band op die essentieel is. We focussen dan ook liever op de dingen die goed gaan in plaats van op datgene dat fout gaat. Natuurlijk is het bij kinderen niet anders dan bij volwassenen.

Autonomie

Een kind leert zich autonoom te voelen. Zelf beslissingen mogen nemen, zelf verantwoordelijk zijn over hoe ze leren. Wat kinderen leren beslissen wij. Tijdens het zelfstandig werken (weektaak) bepalen kinderen zelf waar ze aan werken en op welk tijdstip. Ook kunnen onderwerpen binnen een bepaald thema gekozen worden, zodat de leerlingen betrokken zijn bij datgene wat ze willen leren. We zien er op toe dat de kinderen zich ontwikkelen en zo veel en goed mogelijk de kerndoelen behalen en werken  aan zo hoog mogelijke leeropbrengsten.

Competentie

Wanneer kinderen het gevoel hebben dat ze de dingen die ze doen, goed doen, zullen zij zich trots en voldaan voelen. Steeds geconfronteerd worden met werk dat je niet aankunt, vermindert je gevoel van eigenwaarde en maakt dat iemand zich hopeloos voelt. We streven er dan ook naar, dat kinderen kunnen en mogen presteren op hun niveau. Dat betekent dat we differentiŽren, passend bij de onderwijsbehoeften van kinderen. We willen er dus voor zorgen dat alle kinderen zich competent voelen en weten dat ze hun werk aan kunnen.